Sanatan Dharma
Babaji sprak vaak over Zijn komst om “Sanatan Dharma [ het/de Eeuwige Pad/ Weg/ Religie] te herstellen.” Bij één gelegenheid, zei Hij:
“De Sanatan Dharma is de universele Wet – eeuwig, zonder begin, zonder
eind. Niemand weet wanneer het in werking trad; niemand weet hoe lang het zal
blijven…
“De Sanatan Dharma is de koning van alle religies. Aan het begin van de
Schepping was het de enige [Weg] en aan het eind van de Schepping zal het de enige
[Weg] zijn. Sanatan Dharma is als een oceaan; andere Dharma’s [Paden] zijn als
rivieren – uiteindelijk zullen ze allemaal samenvloeien in de Sanatan Dharma. Ze
zullen hun afgescheiden bestaan verliezen.”
Babaji sprak over de Sanatan Dharma als de onderliggende Wet van het universum, die het proces van de schepping begeleidt, waardoor de Schepping uitbreidt en in stand blijft, en wat alle levende wezens aanzet tot groei – de resultaten van alle activiteiten binnen het geschapen universum besturend. De wetten van fysica en chemie maken deel uit van de sanatan dharma; en zo is het ook met de wet van karma – “Zo je zaait, zul je oogsten.”
De Vedische en Hindoeïstische tradities over de Schepping zijn aardig verenigbaar met het moderne wetenschappelijk denken. De “Oerknal” theorie en de daaruit volgende uitbreiding en ontwikkeling van dit universum passen in het concept van het creatieve proces, dat begint met een beweging binnen de Vormloze God en de uiting van de heilige lettergreep “Om” (of “Aum”) om een vibratie in beweging te zetten dat de in bewegingstelling van Bewuste Energie op gang bracht, wat resulteerde in het combineren van energieën in zeer subtiele entiteiten, die weer samengingen in grotere, grovere deeltjes, en zo verder en verder totdat er een herkenbaar universum ontstond wat door bleef groeien in overeenstemming met de universele Wet – de Sanatan Dharma.
Wetenschappers hebben er moeite mee om “te bewijzen” wat leidde tot de “Oerknal”; religies hebben dat probleem niet. De Vedische en Hindoeïstische tradities, hebben millennia lang de God van-voor-de-Schepping beschreven als vormloos, zonder menselijke attributen, zonder geboorte of begin. Misschien is de beste “omschrijving’ van dit Goddelijke Wezen wel Bewuste Energie. Het geloof bestaat dat Bewuste Energie achter het creatieve proces zit, dat Zijn eigen aard, Zich dwingt om de schepping te initiëren om zodoende in staat te zijn Zichzelf door een ontelbaar aantal vormen en energieën uit te drukken en te ervaren. Alles dat geschapen is – zowel op subtiele niveau’s, niet zichtbaar voor de mens, als ook elk zichtbaar object en schepsel – is voortgekomen vanuit de primaire Goddelijke Energie, die aangedreven werd door de Creatieve Beweging en orders kreeg via de Wetten van Schepping. Het is de traditie van de Sanatan Dharma dat de universum’s geschapen zijn door, in stand gehouden worden door, en dan teruggetrokken worden in de Goddelijke Bewuste Energie, in een proces dat tientallen miljarden mensenjaren duurt. Daarna rust de Bewuste Energie kalm (voor waarschijnlijk net zo’n lange periode als het hele Scheppingsproces vereiste), en start de Schepping van voor af aan. Er komt geen eind aan deze cyclus van creatieve activiteit en rust.
Alle levende schepselen, en zelfs de niet-levende vormen zoals rotsen, zijn in een voortdurend proces van verandering. Zelfs bergen verkruimelen; bomen en planten groeien vanuit zaadjes, leveren een gerijpte plant op en sterven en verrotten daarna, daardoor voorziend in een basis voor ander leven; dieren, inclusief mensen, worden geboren, worden volwassen en sterven. Menselijke wezens worden beschouwd als de hoogste vorm van leven. Babaji zei dat zelfs de goden – de subtiele energievormen – verlangen naar een menselijk bestaan, omdat alleen in de menselijke vorm een ziel kan groeien in wijsheid en spiritueel begrip. Alleen menselijke wezens hebben de macht om te denken en om hun levenswijze te veranderen via ervaring en rationeel denken. Menselijke wezens zijn de fysieke vormen die het dichtst bij Het Goddelijke staan – de enige vorm van aards leven dat zijn verbondenheid met Het Goddelijke kan ervaren en realiseren.
Het is het geloof van deze traditie dat de menselijke ziel niet sterft met de dood van het menselijke lichaam, waarin het huist. De ziel is een subtiele “entiteit”, verwant aan de goden, een zeer directe uitdrukking van Het Goddelijke. De ziel is de Goddelijke impuls in een menselijk wezen, de Getuige en Datgene dat het leven ervaart, wat, net zoals Het Goddelijke, onsterfelijk is. Als het lichaam sterft, oogst de ziel de ‘beloningen’ van zijn menselijke activiteiten (karma), zowel goede als slechte, ervaart opnieuw zijn Goddelijke oorsprong, en keert dan terug (reïncarneert) naar een ander menselijk leven. De ziel is misschien al door miljoenen menselijke en niet-menselijke levens gegaan in zijn vooruitgang door de Schepping. Er wordt geloofd dat een ziel, die een menselijke staat heeft bereikt, in het algemeen reïncarneert in een menselijke vorm, maar er wordt gezegd dat er uitzonderingen zijn op deze algemene regel. De ziel is gebonden om terug te keren naar het fysieke leven zolang het gevangen zit in karma – in de verlangens van het fysieke, geschapen universum en in de activiteiten en hun resultaten, die aangemoedigd worden door verlangens. Alleen als de ziel zijn harmonie en essentiële verbondenheid met Het Goddelijke (h)erkent, beseft en ervaart, - en het zinloze van enig verlangen op het mensenlijk-niveau – kan het ontsnappen aan de bijna onophoudelijke cirkelgang van geboorte en dood. Als die tijd uiteindelijk komt, in enig leven, kan de ziel het proces van verlangen en karma beëindigen en volledig herverbonden worden met Het Goddelijke, zijn lange proces en reis beëindigen in hereniging.
De Sanatan Dharma is de Wet die de geschapen universum’s bestuurt. Als een persoon in harmonie leeft met deze Wet, is het leven een groeiend, verrijkend proces; werkzaam zijn binnen deze universele wetten, kan de gevorderde ziel, wat wij noemen, ‘wonderen’ verrichten (omdat we niet de Wet begrijpen die deze gebeurtenissen bestuurt) of voorzien in “goddelijke” leiding voor mensen die strijden op hun weg. Als we de Wet breken door het falen van in harmonie ermee te leven – of door onwetendheid van de Wet of door intentie – zullen we het universum een hele moeilijke plaats vinden om in te leven; leven verwordt dan tot een pijnlijke strijd. Beide richtingen – de manier van leven die ‘wonderen’ oplevert en grootse gedachten èn het leven als pijnlijke strijd - illustreren beide de wetten van karma; wat je zaait, moet je oogsten. Veel van de ‘oogst’ wordt al geoogst in het leven waarin het gezaaid werd, maar het kan ook latere levens vormgeven.
Hoofdstuk 8: BABAJI ONDERWIJST: DE CONCEPTEN VAN GOEROE EN SANATAN DHARMA
Uitreksel uit de Ned. vertaling van "I AM HARMONY" geschreven door Radhe Shyam. (Ned. uitgave is in voorbereiding. Neemt U voor meer informatie of donaties voor deze uitgave, contact op)
Om Namah Shivaya

